14. Samen spelen
Het was nog mooi weer. Na een wandelingetje met Joris en Bram in de wagen ging Joris nog even in de zandbak spelen. Twee buurkinderen waren al aan het spelen.
Ik liet de deur van de garage openstaan, zodat Joris zo naar binnen kon. Elke keer als ik uit het raam keek zat Joris mooi te spelen. Maar opeens was hij weg.
Eenmaal buiten gekomen zag ik hem bij de schommel staan, samen met buurmeisje Ruth en haar moeder. Al gauw bleek dat Joris haar met een steen wilde gooien. Joris wist niet hoe gauw hij in de zandbak moest komen. Toen ik hem riep schudde hij heftig met zijn hoofd. Hij zag de bui al hangen. Dacht: Ik kom mooi niet. Oma heeft Bram op de arm dus ik zit hier veilig, Helaas voor Joris.
Hij mag heus wel meer bij opa en oma. Maar er zijn grenzen. En gooien met stenen: dat keuren opa en oma ook niet goed. En dan moet er worden opgetreden.
Oma zette Bram op het grasveld en ging Joris uit de zandbak plukken. Hij keek mij al schulbewust aan en beaamde dat hij Ruth had willen slaan met een steen. Ik keek hem boos aan en vond dat hij maar ‘sorry’moest zeggen tegen Ruth. Hij begon te huilen en schudde van nee. Nog een keer vragen. Geen antwoord van Joris.
Bram weer opgepakt (die zat al bijna op de glijbaan) en Joris mee naar binnen genomen. Twee minuten op de gang. Al huilend. Dat natuurlijk wel.
Na twee minuten maar eens met hem gepraat. Dat hij niet moest gooien en zeker niet met een steen. Hij kalmeerde langzamerhand wat. Mijn voorstel echter om samen naar Ruth toe te gaan en ‘sorry’ te zeggen beantwoordde hij met tranen en nee-schudden. Straf volgde: vanmorgen niet meer naar buiten.
Tien minuten later kwam hij met de auto’s aanzetten. Of ik even wilde zeggen met de trucks. Ik verzon een heel verhaal over twee auto’s die expres tegen elkaar botsten en elkaar zeer deden. Gelukkig zeiden de auto’s wel sorry. Joris keek me aan met twee paar helblauwe ogen. Denk dat hij de hint wel begreep.
11. Niet altijd de zin krijgen
Joris zit inmiddels op de peuterspeelzaal twee ochtenden. Wat gaat de tijd snel. Maar het is goed voor hem, want het is een joch met een zeer eigen willetje. Papa en mama proberen daar paal en perk aan te stellen en opa en oma doen daar driftig aan mee. Op de peuterspeelzaal leert hij nu ook dat hij meer dingen moet doen dan thuis of bij ons. Dat is alleen maar goed voor hem.
Soms denkt hij nog dat de wereld alleen om hem draait en alleen voor hem is gemaakt. Zou wel fijn zijn, maar hij leert nu toch wel dat dat niet zo is. Bij ons in de tuin is hij gek op slakken zoeken. Oma wat minder. Maar gaat natuurlijk wel eens mee zoeken. Vorige week was zijn tante Marieke een week over. Ze woont in het buitenland. Dat was een gewillig slachtoffer. Tante Marieke gaat slakken zoeken, tante Marieke gaat in de zandbak. Maar aan alle pret komt een eind. Tante Marieke is weer naar huis en het leventje is voor Joris weer normaal bij opa en oma.
Opa moest direct de volgende dag slakken zoeken. Na twee keer zoeken vond opa dat Joris het nu wel even alleen kon. Daar kwam het. Joris was het er niet mee eens. Boos kijken, armen over elkaar en een paar traantjes. Opa en oma bleven onvermurwbaar en na een paar minuten koos hij eieren voor zijn geld en ging in de zandbak spelen.
Zaterdag stond er een grote tractor in de straat. Oma en papa gingen mee kijken. Nog even op de schommel en weer terug in de tuin, waar hij met een molen ging spelen. Maar broertje Bram heeft er ook een gekregen. Lekker water er in en dan maar draaien. Bram lag echter in bed dus Joris eigende zich nu twee molens toe. Mijn zoon vroeg van wie die andere molen was. ‘Papa’, antwoordde onze kleinzoon. ‘Dat dacht ik niet’, zei de papa. Daar moest Joris over nadenken; ‘Mama’, zei hij enthousiast. ‘’Nee hoor’, was het antwoord van zijn vader. ‘Deze molen is van Bram. En jij mag er nu even mee spelen. Dat is wel lief van Bram. Van wie is die molen nu?’. Joris gaf geen antwoord meer. Hij kon het woord Bram niet over zijn lippen krijgen. ‘Oma’, zei hij zachtjes. Dat wordt nog wat als ze straks alletwee in het badje zitten.
Met buurmeisje Nina heeft hij wel de hele middag in bad gezeten buiten en dat ging heel goed. ‘Nina niet nief’, zegt hij wel, maar als ze bij elkaar zijn is het dikke pret. Beetje pre-puberteit is er bij Joris al wel te bespeuren.
Bij Bram gelukkig nog niet. Onze lieve kleine Boeddha met zijn kakwangetjes (op wie lijkt hij toch) heeft altijd een grote glimlach voor ons klaar. Volgt zijn grote broer met zijn ogen overal en is altijd vrolijk. Behalve als hij opeens heeeeel erge honger krijgt. Het woord geduld kent hij dan niet.
6. Ik ben twee en zeg nee
Dat heeft Joris goed in de gaten. “Niet doen” en “mag niet” liggen hem voor in de mond bestorven. Ook het woord “opzouten” (overgenomen van zijn vader) behoort tot zijn ruime vocabulaire. Papa en mama passen nu goed op wat ze zeggen, want aan de oren van Joris mankeert (soms) niets.
Zijn broertje Bram en de poes moeten het het meest ontgelden. Laatst lag Bram bij ons in de box en zijn voetjes raakten de balletjes van de box aan. Joris was er als de kippen bij. ‘’Niet doen. Niet doen Bam’’, was direct zijn mening. Ik zei: ‘’Bram mag dat wel. Het is zijn box’’. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘’Niet doen’’, zei hij nog eens duidelijk.
Arme poes Vlekje mag zelfs niet eens in de kamer komen, laat staan dat hij ook nog miauwt. Terwijl het een hele lieve poes is. Zal nooit eens krabben of kwaad worden, terwijl hij toch, na vier jaar baas te zijn geweest in huis,zijn leven moet delen met een peuter van twee (die niet altijd zachtzinnig met hem omgaat) en een baby in de box. Maar dat wordt door Joris niet gewaardeerd. “Opzouten Vekje’’, krijgt het dier te horen.
Ook ‘’Mag niet’’ komt regelmatig een paar keer langs per dag. Er komen wel eens kindjes te spelen die direct ‘’mag niet’’ te horen krijgen. Daar moet dan weer even corrigerend worden opgetreden door oma. Maar ook de mensen op straat krijgen die twee woordjes soms te horen. Gelukkig zegt hij het meestal niet zo hard dat mensen er aanstoot aan nemen. Maar ja, aan de andere kant is het ook vertederend: zo’n klein helblond jochie met twee grote blauwe kijkers(die heel boos kunnen kijken) en dan het woordje ‘’Opzouten’’. Maar we proberen het hem toch af te leren. Je moet er niet aan denken wat hij zegt als hij vier is…
4. Kerst en brand
Joris is helemaal gek van het boekje over Teddy de brandweerman. Het boekje moet elke middag trouw mee naar bed, samen met Knuffie en een auto. Het boekje gaat over Teddy die, samen met andere beren, brandweerman is. Ze gaan naar het huis van Hetty Haas om een brand te blussen, maar die is alleen maar een taart aan het maken. Dus regelmatig komt bij het voorlezen de woorden “Attentie, attentie!” en “Brand Brand” voor.
Nu de kerst nadert wordt de kerstboom weer opgezet. Zaterdag gebeurde dat bij ons. Opa zette de kerstboom neer, deed de lichtjes erin. Het wachten was op buurmeisje Naomi (7) die ging helpen met de kerstboom optuigen. Vanaf dat Joris geboren is, is ze een trouw vriendinnetje voor onze kleinzoon. En hij is gek op haar. Met Naomi is het altijd pret.
Naomi kwam met haar grote zus in haar kielzog, ook zij wilde graag meehelpen. Of dat mocht? Natuurlijk! Joris vond het prachtig. Twee grote vriendinnen bij opa en oma.
Gelukkig hebben we onbreekbare ballen. Joris mocht de ballen aan Naomi geven terwijl zus de ballen hoog in de boom hing. Ook Joris liet zich niet onbetuigd. Alle ballen waar een lintje aanzat kon hij ook in de boom hangen. De stekker ging in het stopcontact en …..alle lichtjes brandden. ‘’Kijk alle lichtjes branden’, zeg ik. Joris kijkt me bedachtzaam aan en roept uit volle borst ‘’Attentie, attentie! …Brand Brand! Teddy, nee taart maken’’. Met een glimlach realiseerde ik mij dat hij het woord “branden” direct associeerde met de brandweerman uit zijn boekje.
Joris vindt alle lichtjes en de ster die opa en oma in de kamer hadden neergezet prachtig. ‘’Mooi’’, zegt hij. Voor hem kan het kerstfeest niet meer kapot met alle brandende!!!! lichtjes.
3. Een broertje
Joris heeft een broertje sinds augustus: Bram. Wij waren allemaal heel benieuwd hoe hij daarop zou reageren. In onze buurt wonen heel veel jonge gezinnen. Ik ging dus wel eens samen met Joris op buurtbezoek. Hij vond de baby’s totaal niet interessant. Jaloers was hij wel: Oma mocht de baby niet vasthouden of zelfs maar even naar kijken. ‘’Niet doen’’, zei hij, terwijl hij me boos aankeek. Oma moest er alleen voor hem zijn. Volgens de buurvrouwen viel het allemaal wel mee als de baby er eenmaal was.
En gelukkig is dat ook zo. Opa en oma werden op een zondagochtend in augustus om zes uur ’s morgens gebeld met de vraag of we Joris konden ophalen. Opa in de auto en kwam een half uur later met zijn kleinzoon op de arm weer binnen. Beetje slaperig dat wel. Om acht uur werden we gebeld met de blijde mededeling dat de tweede kleinzoon Bram was geboren. ‘’Alles goed’’, vertelde een trotse papa. ‘’Komen jullie vanmiddag langs met Joris. Kunnen we even bijkomen’’.
Joris vertelt dat hij een broertje had. Hij vond het prima. Auto’s en boekjes kijken waren belangrijker. Een mooie tekening gemaakt voor Bram. Na zijn middagslaapje naar papa en mama en Bram.
Onze zoon bracht het leuk. ‘’Kijk eens wat we voor cadeautje hebben’’, lachte hij. Mama in bed met Bram op de arm. ‘’Baby’’, zei Joris meteen en ging dicht bij zijn moeder zitten. Nu zijn we drie maanden verder. Van jaloersheid is geen sprake. Bram moet alle auto’s zien die hij heeft. ‘’Kijk dan Bam, mooie auto, sjote banden. Een monstertruck’’, vertelt hij aan Bram. We zeggen dat Bram de auto’s ook heel mooi vindt. Het is te hopen voor de beide broers dat ze allebei van auto’s houden. Toch leuk zo’n gedeelde hobby. Maar dat weten we pas over een jaartje.
1. Oma en opa worden
Je hoort het overal op onze leeftijd: 50-60 jaar. We worden opa en oma! Je feliciteert het a.s. grootouderlijk paar en gaat weer over naar de orde van de dag. Alle twee een baan. Druk, druk, druk. Opa en oma worden was voor ons nog lang niet aan de orde van de dag. Dachten we.
Tot we in 2009 te horen kregen dat we opa en oma werden. Daar werden we door verrast. Je hoorde altijd enthousiaste verhalen over kleinkinderen en nu waren wij dus aan de beurt. Elkaar een beetje lacherig aankijken toen zoon en schoondochter naar huis waren: ja ja opa en oma worden we. Gelukkig hadden we nog even tijd om er aan te wennen.
Ik kan nu iedereen al wel vertellen dat het idee heel gauw went en dat het leuk is: zo’n kleine springer in huis. Je blijft er jong bij. De eerste kleinzoon werd geboren in november 2009 en is alweer ‘’tee’’. Het is een indrukwekkend moment dat je je kleinkind voor het eerst ziet in de armen van je zoon. Je zoon is vader geworden. Je kunt de tijd nog goed herinneren dat deze vader zelf geboren werd in het Zwolse ziekenhuis. Nu, 34 jaar later, is hij zelf papa geworden. De kersverse papa en mama kijken nog wat moe uit de ogen: mama is zelfs nog kwieker dan de verse papa. En daar ligt hij dan: Joris. Een klein hoopje mens van bijna 8 pond. Vol trots buigen we ons over onze eerste kleinzoon. We zijn het er direct over eens: dit is de mooiste baby van de hele wereld. Direct in ons hart gesloten.
Natuurlijk is het allemaal flauwekul. Want toen in augustus onze tweede kleinzoon Bram werd geboren vonden wij ook dit weer de allermooiste baby. Maar ja je bent opa en oma en dan mag je daar trots op wezen. Ik vrees dat we bij het tiende kleinkind( niet dat die er komt) nog steeds deze baby de mooiste van de hele wereld is. En zo hoort het ook!!






