De ontwikkeling van je baby in de tweede maand
Rond de 5 weken maken de zintuigen van je baby een snelle groei door. Maar je baby kan nog steeds alle indrukken niet goed verwerken. Hij raakt eerder van slag, huilt soms meer en verlangt terug naar zijn meest vertrouwde plek, de warme, zachte, rustige buik van zijn mama. Rond deze leeftijd zoekt je baby meer lichaamscontact en aandacht, hij is onrustiger, hij kan slechter slapen en meer gaan huilen. Hij heeft in deze periode een grote behoefte aan veiligheid en troost. Geef aan die behoefte van je baby net zoveel toe als je zelf aankunt. Leg je hem vaker aan de borst, als hij daar behoefte aan heeft; draag hem lekker bij je. Je hoeft niet bang te zijn dat je op deze manier je baby verwent. Een baby die vaak en liefdevol getroost wordt, leert zich veilig en geborgen bij je te voelen.
De volgende lichamelijke veranderingen zal je kunnen waarnemen bij je baby: hij ademt regelmatiger, schrikt minder, krijgt echte tranen als hij huilt en hij groeit over de meeste spijsverteringsstoornissen heen. Dit betekent dat hij zich minder zal verslikken, minder zal spugen en ook minder last heeft van boertjes laten. De bewegingen van je baby zijn nu grof, licht asymmetrisch en variërend.
Je baby is langer wakker en is duidelijk meer geïnteresseerd in de wereld om hem heen. Hij kan nu zijn ogen scherp stellen op een grotere afstand. Je krijgt duidelijk oogcontact. Ook zie je hem vaker en langer ergens naartoe kijken. Hij luistert vaker met meer aandacht naar geluiden om hem heen en hij reageert duidelijker op aanrakingen en geuren. En hij zal voor het eerst gericht gaan lachen.
De ontwikkeling van je baby in de derde maand
Je baby begint vaste ‘patronen’ te onderscheiden. Zo ontdekt hij bijvoorbeeld zijn handjes. Hij bekijkt ze verbaasd en draait ze rond. En nu hij weet dat zijn handen er zijn, kan hij ze gaan gebruiken om bijvoorbeeld speelgoed proberen te pakken. Verder begint hij ook zijn knietjes en voeten te ontdekken. Het is leuk om je baby de kans te geven om ze te bestuderen.
Je baby begint nu mensen langer te bekijken en te volgen met de ogen en zijn hoofdje. Bewegende beelden en voorwerpen boeien hem.
In buikligging drukt je baby zich op en hij kan al naar links en rechts kijken. Als hij goed wakker is, probeert hij het hoofd zelf rechtop te houden. Hij wil ook al proberen te zitten, het liefst natuurlijk bij zijn papa of mama op schoot. De meeste baby’s vinden het heerlijk om zichzelf te laten optrekken van half-zit tot zit, of van zit tot staan.
Je baby maakt korte stootgeluiden en af en toe maakt hij een serie van die geluiden, hij mompelt en murmelt en het lijkt alsof je baby heel veel te vertellen heeft. Als je het uitlokt doet hij diezelfde geluidjes na, net of jullie grote gesprekken hebben.
Als je borstvoeding geeft dan zul je ergens omtrent de leeftijd van 3 maanden te maken krijgen met regeldagen. Je baby krijgt dan een grotere behoefte aan voeding en de melkproductie is dan nog niet aangepast aan de stijgende vraag van je baby
De ontwikkeling van je baby in de vierde maand
Je baby kan nu voor het eerst ‘bewust’ zien, horen, ruiken, proeven, voelen, bewegen. Alles verloopt vloeiender om hem heen en dat neemt hij waar. Maar hij ontdekt ook dat hij het zelf kan. Je baby leert bijvoorbeeld om geleidelijk van de ene houding naar de andere te gaan. Hij kan nu voelen hoe zijn arm rustiger naar een speeltje kan gaan. Het bewegingspatroon van je baby wordt langzamerhand minder houterig en schokkerig. Hij lijkt zich bewuster te bewegen en dat is goed te zien aan de motoriek van zijn hoofdje. Je baby hoeft nog amper gesteund te worden in zijn nek en zijn bewegingen lopen vloeiend, de reacties op geluid verlopen sneller en soepeler.
Je baby is nu ook actiever geworden, hij spartelt en draait alle kanten om. Veel baby’s proberen te rollen, maar bijna allemaal hebben ze hier hulp voor nodig. Hij pakt steeds vaker zijn voetjes en probeert zijn teentjes in zijn mond te stoppen. Je baby kan zich al heel aardig optrekken tot zit stand en heeft hiervoor steeds minder steun van jou nodig.
Je baby grijpt al gerichter naar spulletjes om zich heen en hij gebruikt al vaker hiervoor zijn beide handjes. Je baby bestudeert steeds meer jouw handen, gezicht, ogen, mond, haren en kleding. Hij bekijkt zijn eigen handjes en voetjes ook al meer gedetailleerd. En je baby gaat nu ook alles in zijn mond stoppen.
Je baby ontdekt nieuwe geluiden, zoals gillen, kraaien en het maken van keelgeluiden. De geluiden gaan van hoog naar laag, en andersom.
Je baby laat je nu ook duidelijk merken als hij iets leuk vindt door te blijven kijken, luisteren, grijpen, of door te praten en dan te wachten op jouw antwoord. Ook laat hij het merken dat hij zich verveelt als hij steeds hetzelfde ziet, hoort, voelt of doet. Afwisseling wordt heel belangrijk. Hij gedraagt zich ook anders bij verschillende mensen, door bijvoorbeeld anders te kijken, te glimlachen, te huilen, te praten of te bewegen. Één ding is duidelijk: als je baby lacht, heeft hij het prima naar zijn zin!
De ontwikkeling van je baby in de zesde maand
Hoewel de motoriek en het waarnemingsvermogen van je baby al bewuster en vloeiender was geworden, stopte hij na iedere beweging of na iedere waarneming ermee. Meer kon hij niet vatten. Zijn wereld bestond uit een aaneenschakeling van afzonderlijke bewegingen of gebeurtenissen. Nu begint hij het vermogen te krijgen om alles aan elkaar te plakken en op verschillende manieren te combineren. Hij kan een paar vloeiende bewegingen achter elkaar maken, herhalen en combineren. Zo kan hij nu alles wat binnen zijn bereik komt, uitgebreid onderzoeken. Speelgoed wordt van links naar rechts en van boven naar beneden geschud. Je ziet hem ergens herhaaldelijk opdrukken en slaan. Hij kan nu ook leren om de bewegingen van zijn lijfje, arm, hand en vingers aan te passen aan de plaats waar het speeltje ligt. Hij kan dus nu de ene vloeiende beweging in de andere doen overgaan.
Je baby kan nu al aangeven wanneer hij opgepakt wil worden door zijn armpjes uit te steken. Hij smakt als hij honger heeft en soms zwaait hij er bij met zijn armpjes en beentjes, hij doet zijn mond open en reikt uit naar je eten of drinken. Bij het voeden, duwt je baby de fles of de borst weg als hij genoeg heeft, of draait er van af.
Je baby wil steeds vaker rechtop zitten en even lukt het ook. Hij steunt op zijn handen en brengt het hoofd naar voren. In een kinderstoel met verkleinkussen kan hij al stevig zitten. Verder is hij erg bezig met de bewegingen van zijn mond: hij steekt zijn tong uit, hij zuigt op zijn lippen en trekt leuke mondjes.
Het geklets van je baby is een afwisseling van medeklinkers en klinkers. Hij brabbelt en doet dit later ook terwijl hij een speeltje onderzoekt. Hij gebruikt zijn eerste woordjes zoals: mummum, baba, abba, hada-hada, data, tata, enz. Alle baby’s overal ter wereld gaan op deze leeftijd allemaal met dezelfde klanken brabbelen. Vervolgens zal iedere baby dit gebrabbel verder uitwerken tot de taal die om hem heen het meest wordt gepraat.
Je baby kan nu een korte serie van klanken horen en herkennen. Hij wordt geboeid door een serie omhooggaande en dalende geluiden. Zo reageert je baby nu op iedere stem die goedkeuring laat blijken, en schrikt hij van een verbiedende stem. Hij reageert op eigen naam, maar kan dat ook met andere geluiden in de kamer. Een liedje kan hij nu herkennen. Je baby begint nu ook de eerste woordjes te begrijpen, bijvoorbeeld, als je vraagt ‘waar is popje zoekt hij het popje op. Je baby begint ongeduld te vertonen door te gaan gillen als iets niet lukt. En hij heeft een speciale knuffel, doekje of speelgoedje waar hij zich al wat meer aan gehecht heeft.
Ontwikkeling van je baby in de zevende maand
Je baby zal een min of meer vast schema hebben voor zijn slaapjes. Hij slaapt de hele nacht door en hij slaapt overdag nog twee keer; ‘s ochtends en ‘s middags. Als het nog niet lukt met doorslapen´s nachts dan kan een vertrouwde knuffel vaak troost geven. Als het te lang duurt ga dan even naar hem toe, maar probeer het kort te houden om te voorkomen dat het zijn ritme wordt om ´s nachts wakker te worden en dan aandacht van jou te krijgen.
Je baby begint te kruipen of buikschuiven en begint de ruimte buiten zijn box te verkennen. Hij zal dan ook niet lang blijven liggen op het speelkleed wat je voor hem op de grond hebt gelegd. Met hulp kan je baby al goed zitten en hij kan ook al proberen om zelf te gaan zitten. In een wipstoeltje kan hij inmiddels al goed zitten. Ook krijgt je baby zijn eerste melktandjes, de tandjes onderin komen het eerst door. Dit geeft vaak pijn en jeuk en je baby zal waarschijnlijk veel met zijn vingers in zijn mond zitten en ook veel speeksel verliezen. Dit kan van invloed zijn op zijn slaap- en eetritme.
Het begint door te dringen bij je baby dat mensen en dingen zich altijd op een bepaalde afstand van elkaar bevinden. Dat blijkt het sterkst uit de interactie met jou. Als jij wegloopt, protesteert hij of hij probeert je achterna te kruipen. Je baby wordt bang als hij merkt dat je elk moment weg kunt zijn en dat hij geen controle heeft over de afstand tussen hem en jou. Daarom zal je baby steeds contact met je maken. Zolang hij je kan zien, is het goed. Later zal je baby ook merken dat het voldoende is om je te horen.
De ontwikkeling van je baby in de achtste maand
Je baby begint echt te kruipen en heeft hiervoor al een goede motoriek ontwikkeld. Hij kruipt onder de tafels, om stoelen, in een speelgoedtunnel of over kleine verhogingen, hij probeert het allemaal uit. Hij kan proberen om zich vanuit zitafstand op te trekken tot staan en weer te gaan zitten. En je baby kan al heel trots lopen, met hulp. Hij moet nog goed leren om zijn evenwicht te bewaren en dit heeft onder andere te maken met afstanden kunnen zien.
Je baby kan nu voor het eerst allerlei soort ‘relaties’ waarnemen en uitvoeren. De hele wereld hangt aan elkaar van relaties. Het ene heeft altijd iets met het andere te maken. Hij begrijpt nu dat twee mensen, dingen, geluiden, situaties, enzovoort bij elkaar kunnen horen. Of dat een geluid bij een bepaald activiteit hoort.
Je baby begint het verband tussen oorzaak en gevolg te ontdekken. Bijvoorbeeld, het indrukken van het knopje van de stereo en een muziekje. Hij wil daarmee bezig zijn en wordt aangetrokken tot televisie, stereo, lichtknopjes en (speelgoed)piano’s.
Je baby kan nu ook verbanden leggen tussen woorden en daden: begrijpt korte commando’s, zoals “nee, niet doen”, ” kom we gaan” en “klap eens in je handjes”. Hij luistert heel aandachtig als je iets uitlegt, naar een stem door de telefoon of naar een diergeluid dat bij een plaatje van dat dier past.
Je baby zegt rond deze leeftijd zijn eerste ‘woordjes’ in de juiste context. Zegt bijvoorbeeld “boe” (=boem) als hij valt, “aai” als hij aait, “hatsjie” als iemand niest. Verder kan hij de relatie tussen een gebaar en een gebeurtenis leren om vervolgens zelf te leren gebruiken. Je kunt praten aantrekkelijk maken door veel tegen je baby te praten, bijvoorbeeld door de alledaagse dingen te benoemen, door vragen te stellen, door versjes te laten horen en zangspelletjes met hem te spelen.
Ontwikkeling van je baby in de negende maand
Je baby kan nu al bepaalde individuele mensen, dieren, objecten en emoties herkennen. Dat laat hij merken door bepaalde reacties. Hij herkent mensen als hij ze in een heel andere situatie ziet, of hij herkent zichzelf op een foto of in de spiegel, hij gebaart en maakt vaker geluidjes naar andere mensen, of hij doet ze opmerkelijk vaak na. Hij kan zijn gezinsleden onderscheiden en roepen, ieder met een eigen toontje.
Je baby kan al beter zijn eigen mening aan jou te kennen geven. Hij gaat snuiven als hij iets vies vindt; hij maakt een bepaald geluid of beweging als hij iets lekker vindt of leuk vindt om te doen, of hij raakt ervan opgewonden; hij kijkt naar of hij pakt bepaalde objecten als je ernaar vraagt.
Zijn invoelvermogen ontwikkelt zich, waardoor hij gevoeliger is voor stemmingen van anderen, hij zal misschien gaan huilen als een ander kind huilt. Sommige baby’s kunnen nu de rol van moeder of een oudere broer spelen. Dat komt door dat hij nu weet dat hij ook een mens is, en dat hij dezelfde dingen kan doen als die ander. Hij kan bijvoorbeeld zelf een spel starten, moeder de fles voeren, kiekeboe spelen met een jongere baby, of met mama.
De ontwikkeling van je baby in de tiende maand
Je baby kan nu steviger en behendiger zitten, kruipen, staan of lopen. Er komt een verfijning in zijn motoriek; hij past steeds meer variatie toe: hij gaat op zijn hurken zitten, gaat klimmen en op zijn tenen staan als hij ergens bij wil komen. Laat je baby lekker oefenen, geef hem de ruimte in huis, maar let op de veiligheid en verlies hem geen moment uit het oog.
Je baby kan beginnen zijn jaloezie te tonen als jij lief doet tegen, of aandacht geeft aan een ander kind; hij troost z0
ijn knuffel als deze op de grond valt; hij kan vanaf nu zijn stemmingen heel overdreven tonen en extra lief zijn als hij iets gedaan wil hebben. Met andere woorden, je baby kan je nu manipuleren. Dit betekent dus dat je hem vanaf dit moment echt kunt verwennen en daarom is het belangrijk om consequent te zijn. Als iets de ene keer niet mag, dan de volgende keer ook niet. Uitproberen is gezond en je baby vindt het één van de leukste dingen om te doen, het ligt aan jezelf om het niet uit de hand te laten lopen, en dat is niet altijd gemakkelijk.
Je baby gaat al meer begrijpen en hierdoor kan hij opeens angsten ontwikkelen waar hij eerder geen last van had. Rond deze leeftijd begint hij ook met dromen en kan het zijn dat hij onrustiger gaat slapen. Het dromen is goed om de spanningen en inspanningen van de dag te kunnen verwerken.







