Ontwikkeling van je baby in de zevende maand
Je baby zal een min of meer vast schema hebben voor zijn slaapjes. Hij slaapt de hele nacht door en hij slaapt overdag nog twee keer; ‘s ochtends en ‘s middags. Als het nog niet lukt met doorslapen´s nachts dan kan een vertrouwde knuffel vaak troost geven. Als het te lang duurt ga dan even naar hem toe, maar probeer het kort te houden om te voorkomen dat het zijn ritme wordt om ´s nachts wakker te worden en dan aandacht van jou te krijgen.
Je baby begint te kruipen of buikschuiven en begint de ruimte buiten zijn box te verkennen. Hij zal dan ook niet lang blijven liggen op het speelkleed wat je voor hem op de grond hebt gelegd. Met hulp kan je baby al goed zitten en hij kan ook al proberen om zelf te gaan zitten. In een wipstoeltje kan hij inmiddels al goed zitten. Ook krijgt je baby zijn eerste melktandjes, de tandjes onderin komen het eerst door. Dit geeft vaak pijn en jeuk en je baby zal waarschijnlijk veel met zijn vingers in zijn mond zitten en ook veel speeksel verliezen. Dit kan van invloed zijn op zijn slaap- en eetritme.
Het begint door te dringen bij je baby dat mensen en dingen zich altijd op een bepaalde afstand van elkaar bevinden. Dat blijkt het sterkst uit de interactie met jou. Als jij wegloopt, protesteert hij of hij probeert je achterna te kruipen. Je baby wordt bang als hij merkt dat je elk moment weg kunt zijn en dat hij geen controle heeft over de afstand tussen hem en jou. Daarom zal je baby steeds contact met je maken. Zolang hij je kan zien, is het goed. Later zal je baby ook merken dat het voldoende is om je te horen.
De ontwikkeling van je baby in de achtste maand
Je baby begint echt te kruipen en heeft hiervoor al een goede motoriek ontwikkeld. Hij kruipt onder de tafels, om stoelen, in een speelgoedtunnel of over kleine verhogingen, hij probeert het allemaal uit. Hij kan proberen om zich vanuit zitafstand op te trekken tot staan en weer te gaan zitten. En je baby kan al heel trots lopen, met hulp. Hij moet nog goed leren om zijn evenwicht te bewaren en dit heeft onder andere te maken met afstanden kunnen zien.
Je baby kan nu voor het eerst allerlei soort ‘relaties’ waarnemen en uitvoeren. De hele wereld hangt aan elkaar van relaties. Het ene heeft altijd iets met het andere te maken. Hij begrijpt nu dat twee mensen, dingen, geluiden, situaties, enzovoort bij elkaar kunnen horen. Of dat een geluid bij een bepaald activiteit hoort.
Je baby begint het verband tussen oorzaak en gevolg te ontdekken. Bijvoorbeeld, het indrukken van het knopje van de stereo en een muziekje. Hij wil daarmee bezig zijn en wordt aangetrokken tot televisie, stereo, lichtknopjes en (speelgoed)piano’s.
Je baby kan nu ook verbanden leggen tussen woorden en daden: begrijpt korte commando’s, zoals “nee, niet doen”, ” kom we gaan” en “klap eens in je handjes”. Hij luistert heel aandachtig als je iets uitlegt, naar een stem door de telefoon of naar een diergeluid dat bij een plaatje van dat dier past.
Je baby zegt rond deze leeftijd zijn eerste ‘woordjes’ in de juiste context. Zegt bijvoorbeeld “boe” (=boem) als hij valt, “aai” als hij aait, “hatsjie” als iemand niest. Verder kan hij de relatie tussen een gebaar en een gebeurtenis leren om vervolgens zelf te leren gebruiken. Je kunt praten aantrekkelijk maken door veel tegen je baby te praten, bijvoorbeeld door de alledaagse dingen te benoemen, door vragen te stellen, door versjes te laten horen en zangspelletjes met hem te spelen.
Speelgoed voor je baby in de zevende maand
Laat je baby regelmatig op zijn buik spelen om het kruipen te oefenen, want zodra hij zich zelfstandig kan voortbewegen kan hij op onderzoek uitgaan en maakt hij grote stappen in zijn ontwikkeling. De spelletjes met je baby mogen nu ook wat wilder worden, dat vind hij nu erg leuk. Je baby vind het heerlijk om door de lucht vliegen (goed vasthouden!) of speel het spelletje “boerenpaard” en laat je kind op schoot heen en weer hobbelen. Je baby krijgt ook al meer interesse in muziek en andere geluiden.






