Ontwikkeling van je baby in de negende maand
Je baby kan nu al bepaalde individuele mensen, dieren, objecten en emoties herkennen. Dat laat hij merken door bepaalde reacties. Hij herkent mensen als hij ze in een heel andere situatie ziet, of hij herkent zichzelf op een foto of in de spiegel, hij gebaart en maakt vaker geluidjes naar andere mensen, of hij doet ze opmerkelijk vaak na. Hij kan zijn gezinsleden onderscheiden en roepen, ieder met een eigen toontje.
Je baby kan al beter zijn eigen mening aan jou te kennen geven. Hij gaat snuiven als hij iets vies vindt; hij maakt een bepaald geluid of beweging als hij iets lekker vindt of leuk vindt om te doen, of hij raakt ervan opgewonden; hij kijkt naar of hij pakt bepaalde objecten als je ernaar vraagt.
Zijn invoelvermogen ontwikkelt zich, waardoor hij gevoeliger is voor stemmingen van anderen, hij zal misschien gaan huilen als een ander kind huilt. Sommige baby’s kunnen nu de rol van moeder of een oudere broer spelen. Dat komt door dat hij nu weet dat hij ook een mens is, en dat hij dezelfde dingen kan doen als die ander. Hij kan bijvoorbeeld zelf een spel starten, moeder de fles voeren, kiekeboe spelen met een jongere baby, of met mama.
Regeldagen
Als je borstvoeding geeft, krijg je te maken met regeldagen. Regeldagen zijn de dagen dat jouw baby duidelijk aangeeft dat hij niet voldoende heeft aan de huidige melkproductie van de borstvoeding. Dit betekent dat de melkproductie verhoogd moet worden. De manier om deze productie te verhogen is om vaker aan te leggen. Hier hoef je zelf niet op te letten, want je baby zal het zelf aangeven.
Vaak voelen moeders zich onzeker tijdens deze regeldagen. Het lijkt alsof je baby iedere keer te kort komen en je borsten voelen helemaal leeg aan. Je hoeft hier niet onzeker over te zijn, je borsten zijn er op ingesteld dat na enkele dagen vaker aanleggen, de productie vanzelf omhoog gaat en zich dus weer aanpast aan de vraag van jouw baby. Als je je baby vaker aanlegt, krijgen je borsten niet meer de tijd om helemaal vol te lopen. Dat het signaal dat er meer melk moet geproduceerd worden. Na enkele dagen van vaker drinken, is de melkproductie dan weer afgesteld op de hogere voedingsvraag. En zal je baby weer een voldaan gevoel hebben na een reguliere voeding.
De signalen om regeldagen te kunnen herkennen
- je baby huilt veel
- je baby wil vaak drinken
- als je na een voeding het gevoel hebt dat je baby nog niet voldoende heeft gehad
- als het voelt alsof je borsten helemaal leeg zijn
Over het algemeen komen regeldagen voor rond:
- 10 dagen
- 3-4 weken
- 3 maanden
- 4 maanden
- 6 maanden
Leg je baby aan wanneer het daar om vraagt, ook al is dat elk uur. Dit kost veel tijd en energie, maar na enkele dagen zal je zien dat je borstvoeding is aangepast aan de nieuwe voedingsvraag. Je kunt wel wat last hebben van stuwing, omdat je die dagen ervoor vaak hebt aangelegd. Zorg dat je baby de borst goed leeg drinkt. De honger van je baby wordt beter gestild met de vettere achtermelk uit je borst. Bovendien werkt het ook zo, dat hoe leger de borst is, hoe meer melk er de keer daarop aangemaakt zal worden. Leg je kindje bij elke zuigbehoefte aan de borst en geef het in deze periode geen speentje.
Het zou best kunnenzijn dat je sommige regeldagen niet bemerkt. Als je op verzoek voed, dan ben je het meer gewend dat er niet elke dag even vaak gedronken wordt aan de borst. Tevens kun je tussentijdse regeldagen ervaren, bijvoorbeeld bij erg warm weer of omdat je baby een virus heeft opgelopen en antistoffen nodig heeft.
Doorslapen
Rond de twee maanden krijgt het slaapritme van je baby structuur en worden de slaapcycli langer. Je baby kan dan soms zes uur achtereen slapen zonder wakker te worden om te eten. Doorslapen betekent officieel dat je kleine 5 uren onafgebroken slaapt, bijvoorbeeld van middernacht tot 5 uur ’s ochtends. Vanaf ongeveer drie maanden maken de meeste baby’s langere nachten en doen ze een paar tukjes overdag.
Rond de vijf maanden komt er meestal een rustigere periode aan. Je baby slaapt nu ´s nachts vaak beter door. En overdag doen ze twee of drie tukjes: ‘s ochtends, in de voormiddag en in de namiddag. Per dag heeft je baby nu ongeveer 15 uur slaap nodig, maar er zijn geen vaste regels. Elke baby heeft zijn eigen ritme.
Als je baby niet kan slapen en huilt, kun je hem troosten. Aai even over het hoofdje, praat zachtjes tegen je baby of neurie, zodat je baby jouw aanwezigheid voelt. Hoe langer je baby ligt te huilen, hoe moeilijker hij weer inslaapt. Het eerste half jaar hoef je echt niet bang te zijn dat je je baby op deze manier verwent. Juist door snel op het huilen te reageren, voelt je baby zich veilig en geborgen en valt snel en rustig weer in slaap.
Met negen maanden slapen de meeste baby’s nog ongeveer twee keer overdag. Dit stadium brengt veel veranderingen in hun leven. Je baby ontdekt nieuwe dingen, leert zitten en kruipen. De opwinding en frustratie die dit soms geeft, kan het slaap/waakritme beïnvloeden. Het kan bijvoorbeeld wat langer duren voor je baby inslaapt.
Wil het doorslapen niet lukken? Lees dan de volgende tips eens door
- Als je baby overdag voldoende drinkt en eet, slaapt hij ´s nachts vaak beter door. Een laatste papfles voor het slapen gaan kan ook helpen.
- Neem rustig de tijd voor het naar bed brengen, en doe het iedere dag in hetzelfde ritme en dezelfde structuur
- Een warm badje of een massage voor je baby kan helpen om door te slapen.
In slaap vallen van je baby
Als je baby aan slaap toe is, geeft hij signalen af. Je baby gaat gapen, hij krijgt rode wangen of wordt juist bleek, of hij gaat wrijven in zijn oogjes. Het kan ook zijn dat je baby van je weg gaat kijken of juist drukker gedrag gaat vertonen. Als je dat ziet kun je je baby het beste wakker in zijn bedje leggen. Zo leert je baby zelf om in slaap te vallen.
Gun je baby de tijd om zelf in slaap te vallen, dan slaapt hij het beste en rust goed uit. Als je baby in slaap wordt geholpen, schrikt je baby vaak al snel wakker van zachte geluiden of kleine bewegingen.
Het advies van regelmaat, voorspelbaarheid en een zeer rustige omgeving kun je van jongs af aan bij iedere baby toepassen. Als je kindje toch slaapproblemen blijft houden en extreem vaak of lang blijft huilen, kun je altijd terecht bij het consultatiebureau.






