• Winkelwagen

    Winkelwagentje 0 Geen artikel(en) - € 0,00

12. Remeer van de truck

Joris blijft bij zijn fascinatie voor auto’s. Elke keer als hij hier is is het een run naar de auto’s. Hij ziet het ook meteen als er een nieuwe bij is gekomen. Laatst even een bezoekje gebracht aan de kringloopwinkel bij ons in de buurt. Een auto voor Joris, een plastic trein voor Bram. Hij heeft direct door dat het plastic cadeautje voor Bram is. Bram krijgt nu ook ‘grootmoedig’ alle plastic auto’s, “die zijn voor bram want deze zijn voor baby’s’’. Bram wordt al bijna 1 maar dat even buiten beschouwing.

Het nieuwste spelletje is praten met de auto’s. ‘Jij mag zeggen oma’’, klinkt het uit zijn mond. En oma krijgt twee, drie auto’s toegestopt. Zelf komt hij aan met grote trucks. ‘”Ik ben de remeer (meneer) van de truck. Nou jij zeggen oma”.

En daar gaan we weer. ‘Waar ga jij naar toe? Wat ben jij groot. Wat heb jij dikke pijpen’’. Vooral dikke pijpen zijn heel belangrijk. Oma’s auto’s moeten de dikke pijpen uitvoerig bewonderen. Hij heeft hele verhalen: ze moeten allemaal hard rijden en oversteken.

Dat laatste zorgt wel eens voor problemen. Oversteken moet op de een of andere manier in de stoel van opa. Als opa thuiskomt is de stoel bezet. Joris komt er aan met beide handen vol auto’s die allemaal moeten oversteken. En opa moet dan uit de stoel. Er wordt aan zijn been getrokken, er wordt boos gekeken. Maar opa geeft niet toe. Per slot van rekening zijn er nog andere stoelen in de kamer. Maar daar neemt Joris geen genoegen mee. Oversteken moet in de stoel van opa. Als opa niet overstag gaat wordt er een lip getrokken, een boos gezicht kijkt hem aan. Als hij heel erg zijn best doet komt er zelfs nog een traan tevoorschijn. Hij haalt toch bakzeil. Zuchtend gaat hij met de auto’s naar de andere stoel.

Nadeel is wel dat oma altijd moet “zeggen” met de trucks. Als ik hem doorverwijs naar opa kijkt hij even en dan mag ik het toch weer doen. Opa moet er wel om lachen. Taakverdeling heerst er bij ons in huis. Oma mag voorlezen en “zeggen” met de trucks. Opa mag stoeien op de grond, voetballen en liedjes luisteren.

 

10. Zandbakweer

Joris is helemaal weg van de zandbak. Bij ons in de straat hebben we, als gezamenlijke buren, een speelveldje aangelegd met een grote zandbak. Als het even mooi weer is zit de halve jeugd in de zandbak. Joris  natuurlijk ook. Liefst al om kwart voor acht ‘s morgens als hij samen met broertje Bram wordt gebracht. Dat wordt dan even flink afleiden want anders is het een run naar de zandbak.
Met de buurtkinderen wordt druk gegraven en gespeeld, maar hij kan zich ook alleen prima vermaken met emmers, schepjes, vrachtauto’s en noem maar op.

Soms komen Bram en oma ook even kijken. Bram  in de buggy, hij vindt het schitterend. Al die kinderen die aan hem voorbij schieten. Hij heeft voor iedereen een vriendelijke lach, want het is een echte lachebek: deze inmiddels ook al weer
acht maanden  oude kleinzoon. Sinds een week kan hij staan in de box. Wat wankel maar toch. Het is een rustig ventje, behalve als hij (meent) dat hij honger heeft. Dan is er geen land meer mee te bezeilen. Kom dan niet aan met pap of groenetehapje. Dat gaat hem niet snel genoeg. Dus dan eerst maar een halve fles, want anders vliegt de pap of groente door de kamer. Daar kwamen we afgelopen zaterdag wel achter.

Soms is het net een boeddha. Zet hem op de grond en hij blijft rustig zitten. De laatste tijd begint er meer beweging in te komen:  tijgert wat rond, kruipt achteruit. Niet alleen het uiterlijk, ook het kalm aan doen heeft hij van zijn papa. Wat hij ook geërfd heeft van zijn vader, is de liefde voor knopjes van de radio en cd-speler. Joris kwam en komt daar nooit aan, maar Bram moeten we daar regelmatig weghalen.

Joris gaat nu naar de peuterspeelzaal. Hij vindt het helemaal geweldig. Hij heeft direct al vriendjes gemaakt en een vriendinnetje. Ja het begint vroeg tegenwoordig. In de kring zitten vindt hij blijkbaar niets. Als je vraagt wat hij heeft gedaan op de peuterspeelzaal vertelt hij van alles maar zegt ook demonstratief:’’ Ga niet in de king zitten’’. Komt vanzelf hopen we. Wat hij wel geweldig vindt is de grote zandbak, graafmachines en kiepauto’s. Ja die liefde voor autos’ blijft er in zitten. Maar ja hij is van twee kanten erfelijk behept: zowel papa als de opa van de andere kant zijn gek op auto’s. Dus hij heeft het niet van een vreemde.

9. Groot worden

Het valt niet mee als je je gelijk niet kunt krijgen. Daar komt Joris ook achter. Bijna 2,5 en in de contramine. Zeggen wij nee dan zegt Joris ja. En omgekeerd.

Oma had nieuwe kleren gekocht. ‘’Mooi he,’zegt mijn schoondochter. ‘’Niet mooi’, klinkt er meteen vanuit de wandelwagen waar hij samen met zijn broertje Bram inzit. Bram achterin, hij voorin. Ook dat gaat wel eens mis. Laatst kwam er een gebrul uit de wagen. Had Bram even een pluk uit Joris zijn haar getrokken. Het babybroertje wordt groter…

Bij opa en oma is het een walhalla aan auto’s. Op een zondag kwamen de broertjes met papa en mama op bezoek. Bram werd op de grond gezet op een kleed. Joris kwam aandraven met zijn armen vol auto’s. Blij alsof hij ze nog nooit eerder had gezien. Opa moest ze allemaal bekijken. Een auto viel vlak voor Bram op de grond. Die stak zijn handje uit maar grote broer was hem voor. ‘Nou’, zegt mijn zoon. ‘Bram mag wel even met deze auto spelen. ‘’Is van mij’, was het weerwoord. ‘’Nee’, zei de papa.’De auto’s zijn van opa en oma en jij en en Bram mogen er mee spelen’. Daar was Joris het duidelijk niet mee eens. Hij had al weken niet naar de betreffende auto omgekeken maar dat mag de pret niet drukken. Na aandringen van papa en een dreiging van twee minuten op de gang liet hij de auto op het kleed achter bij zijn broertje. Na een kwartier kregen we rust: broertjes naar bed. Joris wil altijd een auto mee en een boekje. En ja hoor: de auto die bij Bram lag moest mee.

Het gaat gelukkig ook weleens wat beter met de jaloezie. Al het speelgoed van Bram mag hij natuurlijk hebben, Bram weet niet beter.
Bram volgt Joris constant met zijn ogen en hij is altijd vrolijk. Maar Joris heeft er nog weinig oog voor. Af en toe zetten we Joris wel voor het blok. Hij ziet nog wel een iets interessants in de box liggen waar hij ook mee wil spelen. Dat mag dan wel, maar “dan moet je Bram een auto van jou geven”. Daar wordt dan wel even over nagedacht maar hij kiest dan toch eieren voor zijn geld. Met buurkindjes delen heeft hij gelukkig geen moeite. Hij kan dus wel speelgoed delen.. alleen niet met zijn kleine broertje.
Valt niet mee: groot worden

 

8. Het wordt beter

Bram is nu alweer zeven maanden en Joris begint er langzaam aan te wennen dat hij het rijk niet meer alleen heeft. Natuurlijk is hij nog wel eens jaloers. Toch gaat hij nu vaker langs het wipstoeltje om zijn broertje iets te laten zien. Hij wordt dan altijd verwelkomd met een big smile, want lachen dat kan hij als de beste, die Bram. Twee diepe kuiltjes in zijn wangen, geërfd van zijn oom. Verder is hij bijna een kopie van zijn vader. Het gezichtje van Bram komt me heel bekend voor.

Joris is ook wel zorgzaam voor zijn broertje. Hij hoeft maar een kik te geven en oma wordt er op geattendeerd dat Bram huilt. ‘’Fesje kaarmaken’’, wordt mij dan verteld.

Vorige week kreeg Bram zelfs een autootje in handen gedrukt. Dat is een hele overwinning want Joris en auto’s: dat zijn twee handen op een buik. We hebben hem natuurlijk de hemel ingeprezen dat hij zo’n lieve broer was. Tien minuten later werd het weer uit Bram zijn handen gegrist, maar ja alle begin is moeilijk.

Maandag kwam buurjongetje Max spelen. Nog niet zo lang geleden water en vuur. Nu was het samen lachen en zelfs samen met de auto’s spelen. Even een kink in de kabel toen Max met een auto van cars wilde spelen die hij net diezelfde ochtend van ons had gekregen. Dat is natuurlijk ook begrijpelijk.

Maar het wordt beter en we blijven hoop houden.

 

7. Jaloers

Het valt niet mee om twee te zijn en de aandacht van je ouders, opa’s en oma’s te moeten delen met een klein babybroertje. Dat begint Joris nu goed in de gaten te krijgen. Hij is nog klein, die Bram, maar anders zou je medelijden met hem krijgen. ‘’Niet doen’’ en ‘’Mag niet’’ krijgt hij regelmatig naar zijn oren geslingerd.

Joris gaat uit van het idee dat de hele wereld van hem is. Langzamerhand komt hij erachter dat er nog meer mensen op deze wereld wonen: zoals zijn kleine broertje. Nu heeft hij zelf de wereld aan speelgoed, zowel thuis als bij ons. Maar toch is het speelgoed van zijn broertje hem een doorn in het oog. Ligt Bram in zijn wipstoel dan wordt zijn knuffel soms afgepakt en in de box gemikt. Joris is niet altijd geneigd het weer terug te geven. Hij is er al voor bestraft door twee minuten op de gang door te brengen. Krijsen van woede natuurlijk. Maar bij navraag bleek hij nog niet bereid te zijn het speelgoed terug te geven. Maar toen hij door had dat hij dan nog langer op de gang moest blijven koos hij eieren voor zijn geld. Ja hij is twee, maar niet helemaal achterlijk. Beloofde beterschap maar verknalde het weer door het desbetreffende speelgoed naar zijn broertje toe te gooien in plaats van te geven. Dus weer even ingrijpen was noodzakelijk. Hij bleef nog even boos kijken maar haalde toch uiteindelijk bakzeil.

Gelukkig is hij de boze bui ook gauw weer vergeten en heeft hij zijn aandacht al weer voor een auto of een puzzel. Dat kan nog wat worden als Bram daadwerkelijk kan gaan kruipen en zich met Joris zijn speelgoed gaat bemoeien. Wie dan leeft wie dan zorgt.

 

6. Ik ben twee en zeg nee

Dat heeft Joris goed in de gaten.  “Niet doen” en “mag niet” liggen hem voor in de mond bestorven. Ook het woord “opzouten” (overgenomen van zijn vader) behoort tot zijn ruime vocabulaire. Papa en mama passen nu goed op wat ze zeggen, want aan de oren van Joris mankeert (soms) niets.

Zijn broertje Bram en de poes moeten het het meest ontgelden. Laatst lag Bram bij ons in de box en zijn voetjes raakten de balletjes van de box aan. Joris was er als de kippen bij. ‘’Niet doen. Niet doen Bam’’, was direct zijn mening. Ik zei: ‘’Bram mag dat wel. Het is zijn box’’. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘’Niet doen’’, zei hij nog eens duidelijk.

Arme poes Vlekje mag zelfs niet eens in de kamer komen, laat staan dat hij ook nog miauwt. Terwijl het een hele lieve poes is. Zal nooit eens krabben of kwaad worden, terwijl hij toch, na vier jaar baas te zijn geweest in huis,zijn leven moet delen met een peuter van twee (die niet altijd zachtzinnig met hem omgaat) en een baby in de box. Maar dat wordt door Joris niet gewaardeerd. “Opzouten Vekje’’, krijgt het dier te horen.

Ook ‘’Mag niet’’ komt regelmatig een paar keer langs per dag. Er komen wel eens kindjes te spelen die direct ‘’mag niet’’ te horen krijgen. Daar moet dan weer even corrigerend worden opgetreden door oma. Maar ook de mensen op straat krijgen die twee woordjes soms te horen. Gelukkig zegt hij het meestal niet zo hard dat mensen er aanstoot aan nemen. Maar ja, aan de andere kant is het ook vertederend: zo’n klein helblond jochie met twee grote blauwe kijkers(die heel boos kunnen kijken) en dan het woordje ‘’Opzouten’’. Maar we proberen het hem toch af te leren. Je moet er niet aan denken wat hij zegt als hij vier is…

 

  • Wij gebruiken cookies om de website ervaring voor u zo goed mogelijk te maken.
  • Accepteren
  • Afwijzen
© 2013 Wikibebia.nl - Alle rechten voorbehouden