15. Monstertrucks en aanverwante artikelen
De broertjes kunnen steeds beter met elkaar overweg. Natuurlijk gaat het wel eens mis. Laatst werd Bram ook in de houdgreep genomen door zijn broer, die direct twee minuten de gang in mocht. Maar ze delen dezelfde liefde: auto’s, kraanwagens en monstertrucks.
Samen stonden ze laatst gebroederlijk voor het raam te kijken naar de vuilnisauto die de containers leegde. Beiden heel enthousiast. Meestal gaan we dan even naar buiten kijken, maar ja het plensde de lucht uit. Even niet
Aangezien we in een nieuwbouwwijk wonen is er veel aanvoer door vrachtwagens, takelauto’s. Dit allemaal tot groot plezier van de jongens. Laatst stonden we even te kijken bij een grote takelauto. Er werd veel hout getakeld en beide jongens waren enthousiast. ‘U mag nu wel doorlopen’’, zei ene bouwvakker. Maar ik legde hem uit dat we hier gewoon voor onze lol stonden en nog even bleven kijken. Hij reageerde met een glimlach.
De jongens keken hun ogen uit. Na een rondje te hebben gelopen kwamen we weer bij de bouwwerkzaamheden uit. Ze keken vol verbazing toe hoe grote kabels aan een betonplaat werden bevestigd en deze langzaam de lucht inging, richting huis.
Thuisgekomen werd direct door Joris de takelauto tevoorschijn gehaald. Gelukkig zag hij niet dat Bram ook een auto te pakken had en nog wel een monstertruck. Want dat zijn , voor Joris, wel heeel erg stoere auto’s. En daar moet Bram eigenlijk afblijven.
Want een gedeelde liefde voor auto’s levert natuurlijk ook problemen op. Allebei dezelfde auto hebben of Bram die ergens niet aan mag komen. Bram wordt ook zo aan de kant geduwd maar hij slaat wel van zich af. We hebben Joris nu geleerd dat hij ons moet roepen als Bram ergens aankomt waar hij niet aan mag zitten. Soms gaat dat goed maar er wordt ook voor eigen rechter gespeeld door Joris..
Opa vroeg gisteren aan Bram: ‘Waar is de monstertruck’. Hij keek om zich heen en kwam met een stralende glimlach met de monstertruck aankruipen. Want lopen doet onze jongste kleinzoon nog niet. Hij kwam er diezelfde middag achter dat hij alleen stond en wist niet hoe gauw hij weer op zijn gat moest gaan zitten. Het komt wel. En dan kunnen we er achter aan vangen, want luisteren kan hij ook nog niet zo goed.
9. Groot worden
Het valt niet mee als je je gelijk niet kunt krijgen. Daar komt Joris ook achter. Bijna 2,5 en in de contramine. Zeggen wij nee dan zegt Joris ja. En omgekeerd.
Oma had nieuwe kleren gekocht. ‘’Mooi he,’zegt mijn schoondochter. ‘’Niet mooi’, klinkt er meteen vanuit de wandelwagen waar hij samen met zijn broertje Bram inzit. Bram achterin, hij voorin. Ook dat gaat wel eens mis. Laatst kwam er een gebrul uit de wagen. Had Bram even een pluk uit Joris zijn haar getrokken. Het babybroertje wordt groter…
Bij opa en oma is het een walhalla aan auto’s. Op een zondag kwamen de broertjes met papa en mama op bezoek. Bram werd op de grond gezet op een kleed. Joris kwam aandraven met zijn armen vol auto’s. Blij alsof hij ze nog nooit eerder had gezien. Opa moest ze allemaal bekijken. Een auto viel vlak voor Bram op de grond. Die stak zijn handje uit maar grote broer was hem voor. ‘Nou’, zegt mijn zoon. ‘Bram mag wel even met deze auto spelen. ‘’Is van mij’, was het weerwoord. ‘’Nee’, zei de papa.’De auto’s zijn van opa en oma en jij en en Bram mogen er mee spelen’. Daar was Joris het duidelijk niet mee eens. Hij had al weken niet naar de betreffende auto omgekeken maar dat mag de pret niet drukken. Na aandringen van papa en een dreiging van twee minuten op de gang liet hij de auto op het kleed achter bij zijn broertje. Na een kwartier kregen we rust: broertjes naar bed. Joris wil altijd een auto mee en een boekje. En ja hoor: de auto die bij Bram lag moest mee.
Het gaat gelukkig ook weleens wat beter met de jaloezie. Al het speelgoed van Bram mag hij natuurlijk hebben, Bram weet niet beter.
Bram volgt Joris constant met zijn ogen en hij is altijd vrolijk. Maar Joris heeft er nog weinig oog voor. Af en toe zetten we Joris wel voor het blok. Hij ziet nog wel een iets interessants in de box liggen waar hij ook mee wil spelen. Dat mag dan wel, maar “dan moet je Bram een auto van jou geven”. Daar wordt dan wel even over nagedacht maar hij kiest dan toch eieren voor zijn geld. Met buurkindjes delen heeft hij gelukkig geen moeite. Hij kan dus wel speelgoed delen.. alleen niet met zijn kleine broertje.
Valt niet mee: groot worden






