• Winkelwagen

    Winkelwagentje 0 Geen artikel(en) - € 0,00

week 1

Dit is de eerste week na je menstruatie. Hoewel we dit week 1 van de zwangerschap noemen, ben je eigenlijk nog niet zwanger. De zwangerschap begint in werkelijkheid pas na de eisprong (over ongeveer 14 dagen) als de eicel bevrucht wordt.
Om zo nauwkeurig mogelijk te berekenen wanneer je baby geboren zal worden, wordt niet uitgegaan van het moment van bevruchting (meestal weet je niet precies wanneer dat is), maar van de eerste dag van je laatste menstruatie. De groei van een bevruchte eicel tot een voldragen kind duurt 38 weken.
Doordat medici rekenen vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie tellen ze hier 40 weken bij op om tot de uitgerekende datum te komen.
Het is maar een schatting. Het kan ook best zijn dat je baby twee weken vóór de uitgerekende datum komt, of 2 weken erna.

week 2

Als je een regelmatige cyclus hebt vindt de eisprong ongeveer twee weken na je laatste menstruatie plaats. De eicel die dan vrijkomt uit je eierstokken, daalt de eileider af op weg naar je baarmoeder. Een eicel leeft maar 24 uur, zaadcellen kunnen tot 72 uur overleven.
Zaadcellen doen er ongeveer 10 uur over om van de vagina naar de eileider te komen. In de eileider vindt de bevruchting plaats. Het kan dus goed zijn dat een vrijpartij één of twee dagen voor de eisprong nog een bevruchting tot stand brengt.
Je hele lichaam bereidt zich voor op de eisprong. Je merkt aan je vaginale afscheiding dat jeje vruchtbare periode van 24 uur nadert. Je vaginale afscheiding is in deze periode veel wateriger en dradiger dan de rest van de maand. Dat komt omdat je baarmoederslijmvlies tijdelijk beter doorlaatbaar is. Zo kunnen spermacellen de dikke slijmprop die je baarmoeder beschermt tegen bacteriën, toch doorkruisen en bij je eicel komen.

week 3

Al weet je het nog niet, je bent nu zwanger. Binnen in je buik zijn een eicel van jou en een zaadcel van je partner versmolten.
Nog niet te zien met het blote oog, maar dit wordt echt een baby, jullie baby!

Na een lange tocht door de baarmoeder en de eileider hebben enkele duizenden zaadcellen de eicel bereikt. Één zaadcel heeft zich door de wand van de eicel naar binnen gewerkt en vanaf dan wordt de wand van de eicel hard en kunnen er geen andere zaadcellen meer binnen. Op dat moment is de eicel bevrucht en heet ze zygote. Deze zygote zet nu haar weg verder voort naar de baarmoeder om er zich in de baarmoederwand te nestelen. Hoewel die afstand slechts enkele centimeters bedraagt, kan het een week duren voordat de zygote er aankomt. Tijdens deze migratie, gaat de zygote zich delen. Eerst in twee, dan in vier, dan in acht, enzovoort. Wanneer de innesteling gebeurd is, spreken we niet meer van een zygote, maar van een embryo. De ontwikkelingsperiode van je baby is aangebroken.

Jij

Vanaf dit moment ben je echt zwanger. Gefeliciteerd! Sommige vrouwen ‘voelen’ meteen na de bevruchting dat ze zwanger zijn, de meesten hebben niets door. Toch gebeurt er in die eerste week van alles in je lichaam. Een hele hoop hormonen treedt in actie om je baarmoeder voor te bereiden op de vrucht. Zo wordt je baarmoederhals weer door een stevige slijmprop afgesloten en stijgt je temperatuur lichtjes met een halve graad. Dat zal gedurende de hele zwangerschap zo blijven. Tijdens de derde week kan het zijn dat je wat bloed verliest. Je hoeft je geen zorgen te maken, het gaat vaak gewoon om een bloedvaatje dat is gesprongen ten gevolge van de innesteling.

Bevruchting

De bevruchting vindt plaats wanneer een zaadcel de eicel binnengaat. Zowel de zaadcel als de eicel bevatten 23 chromosomen. Wanneer de bevruchting heeft plaatsgevonden bevat de bevruchte cel 46 chromosomen. Alle menselijke cellen bevatten 46 chromosomen die alle genetische infomatie van een lichaam bij zich dragen. De nieuwe eicel, de zygote genaamd, deelt zich eerst in twee gelijke cellen, elk met 46 chromosomen en blijft zich delen bij de tocht door de eileider tot hij in de baarmoeder komt. De eicel wordt nu een blastula genoemd en bestaat uit een holle klomp van circa 100 cellen.  Een week na de bevruchting scheidt de blastula een hormoon af dat de innesteling vergemakkelijkt. De innesteling vindt meestal plaats in het bovenste deel van de baarmoeder. Vanaf dat moment word er gesproken over zwangerschap en gaat de placenta beginnen om zich te vormen.

Ivf

IVF staat voor In Vitro Fertilisatie, dit betekent letterlijk bevruchting in glas. Bij deze behandeling vindt de bevruchting van de eicel buiten het lichaam plaats. Het embryo dat na de bevruchting is ontstaan, wordt teruggeplaatst in de baarmoeder, waarna het net als gewone bevruchting, op een natuurlijke manier ontwikkelt. De kans op een succesvolle zwangerschap na een gestarte Ivf-behandeling is gemiddeld 20%.

Redenen waarom voor Ivf wordt gekozen zijn afgesloten of afwezige eileiders. Dit kan veroorzaakt zijn door bijvoorbeeld een ontsteking, een operatie i.v.m. buitenbaarmoederlijke zwangerschap(pen), een eerdere sterilisatie of een aangeboren misvorming van de voortplantingsorganen. IVF is ook een geschikte manier om zwanger te worden als je last hebt van endometriose, een onbegrepen onvruchtbaarheid,  geen, of te weinig baarmoederhalsslijm waardoor de zaadcellen niet in de baarmoederholte kunnen komen, als je antistoffen aanmaakt tegen zaadcellen en bij  sommige vormen van verminderde vruchtbaarheid bij de man.

De Ivf-behandeling is in de volgende fasen te verdelen,

  • Hyperstimulatie van de eierstokken; in verband met de planning van de behandelingen, maar ook om een goede uitgangspositie te bereiken voor de eierstokken wordt meestal de pil of een tabletten-kuurt als voorbehandeling gegeven. De hormonen die voor de hyperstimulatie worden gebruikt kunnen alleen per injectie worden toegediend. Omdat er ongeveer 7 tot 20 injecties gegeven moeten worden is het raadzaam dat je zelf leert spuiten. Dit kunnen ze je leren het ziekenhuis. De hyperstimulatie heeft tot doel om meerdere eicellen te verkrijgen en daaruit meerdere embryo´s te kunnen laten ontstaan. Er zijn verschillende stimulatie-behandelingen mogelijk om eierstokken te zetten tot het tegelijkertijd laten uitgroeien van meerder follikels. Als bij controle blijkt dat er enkele follikels zijn uitgegroeid tot ongeveer 20 mm doorsnede wordt er een injectie waardoor de eisprong op gang gebracht word, maar voordat die echt optreedt wordt de punctie uitgevoerd.
  • Voordat de follikelpunctie plaats gaat vinden moeten de zaadcellen worden aangeleverd. Het beste zaad wordt verkregen als er ongeveer 3 dagen geen zaadlozing is geweest. De punctie wordt uitgevoerd met behulp van een echokop, deze wordt in de vagina ingebracht. De eierstokken worden nogmaals echoscopisch bekeken en eventueel vinden er nog metingen plaats van bijvoorbeeld de baarmoeder. Met behulp van een echokop worden de follikels op de monitor goed in beeld gebracht. Aan de echokop wordt een punctiegeleider bevestigd. Door deze geleider wordt een naald naar binnen geschoven. Met deze naald wordt door de vaginawand heen in de eierstokken geprikt en worden de follikels leeggezogen. De eerste prik wordt vaak als een “stomp in de onderbuik” omschreven. Op een monitor kan het verloop van de punctie gevolgd worden. Tijdens de punctie wordt de vloeistof uit de follikels in reageerbuisjes opgevangen en warm gehouden. Vaak komt er een beetje bloed mee, maar dit is meestal geen probleem. Als de punctie klaar is worden de buisjes onder de microscoop gelegd en worden de eicellen overgezet in een kweekvloeistof.
  • In het laboratorium is van de zaadcellen een concentraat van goed bewegende zaadcellen gemaakt. Iedere eicel, die bij de punctie werd verkregen, wordt in een druppeltje kweekvloeistof gebracht en in een stoof geplaatst om nog verder uit te rijpen. Enkele uren later wordt de inseminatie uitgevoerd: bij iedere eicel wordt een bepaalde hoeveelheid zaadcellen gebracht. Dan is het afwachten of de zaadcellen ook werkelijk de eicellen bevruchten, de “in vitro fertilisatie”. De volgende dag wordt iedere eicel bekeken of die bevrucht is. Twee dagen na de punctie is te zien om de bevruchting is gelukt en of er tot terugplaatsing van de bevruchte eicel overgegaan kan worden.  Het kan zijn dat er geen bevruchting heeft plaatsgevonden of dat de ontstane embryo´s er zodanig slecht uit zien dat terugplaatsen geen zin heeft
  • Er worden maximaal 2 embryo´s teruggeplaatst. Dit om de kans op een zwangerschap te verhogen, maar ook de kans op een meerling zoveel mogelijk te voorkomen. De kans op een tweeling zwangerschap ligt vrij hoog, ongeveer 25% van deze zwangerschappen word een tweeling zwangerschap. Een meerlingzwangerschap brengt meer complicaties met zich mee voor jouw lichaam en de baby`s. Er wordt dan ook steeds kritischer gekeken hoeveel embryo´s er teruggeplaatst gaan worden. De terugplaatsing van de embryo´s is medisch gezien een eenvoudige handeling is. Het terugplaatsen is meestal pijnloos; het verloop ervan kan vergeleken worden met het maken van een uitstrijkje. Via een eendenbek dat in de vagina wordt geplaatst, wordt de baarmoederhals in beeld gebracht. Daarna wordt een dun slangetje via de baarmoederhals in de baarmoederholte geschoven. Door deze katheter wordt een tweede katheter geschoven waarin twee embryo’s zitten. In een minuscuul druppeltje kweekvloeistof worden de embryo´s in de baarmoeder gedeponeerd. Daarna wordt de katheter verwijderd en nog even onder de microscoop bekeken of de embryo´s werkelijk uit de katheter zijn.

Er bestaat na de terugplaatsing ongeveer 20% kans op een zwangerschap. Na 14 tot 15 dagen na terugplaatsing is er iets te zeggen van een zwangerschap. Als er dan nog geen menstruatie heeft plaatsgevonden kan er een zwangerschapstest gedaan worden om te kijken of de Ivf-behandeling gelukt is.

Wanneer ben je vruchtbaar?

Een gemiddelde cyclus duurt 28 dagen en loopt van het begin van de menstruatie tot het begin van de volgende menstruatie. Sommige vrouwen hebben een kortere of langere cyclus. Ook kan het zijn dat de cyclusduur elke maand varieert. De periode van de menstruatie tot de eisprong kan variëren, afhankelijk van de cyclusduur. De periode vanaf de eisprong tot de menstruatie duurt altijd 14 dagen. Vrouwen met een kortere cyclus hebben de eisprong dus eerder en vrouwen met een langere cyclus hebben de eisprong wat later. Als je zwanger wilt worden, is het belangrijk om je menstruatiecyclus te leren herkennen. Na de eisprong leeft de eicel enkele uren. Een spermacel heeft een iets langere levensduur: drie-eneenhalf tot zes dagen. Probeer hier rekening mee te houden als je graag zwanger wil worden. Denk je dat je zwanger bent dan kun je op de zwangerschapscalculator zien wat je uitgerekende datum is of bepalen hoeveel weken je zwanger bent.

Als je met bovenstaande informatie rekening hebt gehouden en desondanks duurt het langer dan een half jaar om zwanger te worden, kun je een temperatuurcurve gaan bijhouden. Door veranderingen in de hormoonhuishouding stijgt je basale lichaamstemperatuur ongeveer een halve graad rondom je eisprong. Hiermee kun je vrij exact het moment van je eisprong bepalen. De optimale tijd voor de bevruchting is dus vanaf 5 dagen vóór de ovulatie tot en met de dag van de ovulatie. Duurt het langer dan een jaar om zwanger te worden, neem dan contact op met je huisarts.

  • Wij gebruiken cookies om de website ervaring voor u zo goed mogelijk te maken.
  • Accepteren
  • Afwijzen
© 2013 Wikibebia.nl - Alle rechten voorbehouden