De ontwikkeling van je baby in de achtste maand
Je baby begint echt te kruipen en heeft hiervoor al een goede motoriek ontwikkeld. Hij kruipt onder de tafels, om stoelen, in een speelgoedtunnel of over kleine verhogingen, hij probeert het allemaal uit. Hij kan proberen om zich vanuit zitafstand op te trekken tot staan en weer te gaan zitten. En je baby kan al heel trots lopen, met hulp. Hij moet nog goed leren om zijn evenwicht te bewaren en dit heeft onder andere te maken met afstanden kunnen zien.
Je baby kan nu voor het eerst allerlei soort ‘relaties’ waarnemen en uitvoeren. De hele wereld hangt aan elkaar van relaties. Het ene heeft altijd iets met het andere te maken. Hij begrijpt nu dat twee mensen, dingen, geluiden, situaties, enzovoort bij elkaar kunnen horen. Of dat een geluid bij een bepaald activiteit hoort.
Je baby begint het verband tussen oorzaak en gevolg te ontdekken. Bijvoorbeeld, het indrukken van het knopje van de stereo en een muziekje. Hij wil daarmee bezig zijn en wordt aangetrokken tot televisie, stereo, lichtknopjes en (speelgoed)piano’s.
Je baby kan nu ook verbanden leggen tussen woorden en daden: begrijpt korte commando’s, zoals “nee, niet doen”, ” kom we gaan” en “klap eens in je handjes”. Hij luistert heel aandachtig als je iets uitlegt, naar een stem door de telefoon of naar een diergeluid dat bij een plaatje van dat dier past.
Je baby zegt rond deze leeftijd zijn eerste ‘woordjes’ in de juiste context. Zegt bijvoorbeeld “boe” (=boem) als hij valt, “aai” als hij aait, “hatsjie” als iemand niest. Verder kan hij de relatie tussen een gebaar en een gebeurtenis leren om vervolgens zelf te leren gebruiken. Je kunt praten aantrekkelijk maken door veel tegen je baby te praten, bijvoorbeeld door de alledaagse dingen te benoemen, door vragen te stellen, door versjes te laten horen en zangspelletjes met hem te spelen.






